Mobiliteit volgens GREEN
Bijna 65% van de verplaatsingen in Brussel heeft betrekking op afstanden korter dan 5km en 25% betreft afstanden korter dan 1km. De eerste kilometer met de wagen is echter de meest vervuilende.
Iris 2, Gewestelijk Vervoersplan 2015
De toenemende verkeersdrukte is een thema dat niet uit de actualiteit is weg te branden. Filemeldingen spreken enkel over de autosnelwegen, maar in de steden en de gemeenten en tenslotte ook steeds meer op het platteland wordt de druk van het verkeer steeds voelbaarder en zorgt er dikwijls voor verkeerschaos. De gevolgen zijn intussen bekend: het verkeer zorgt op veel plaatsen voor tijdverlies. Vooral bestemmingen die in de grote centra liggen worden daardoor met de dag moeilijker bereikbaar. Bovendien vertrekt zowat iedereen op hetzelfde tijdstip. Het gevoel van onveiligheid neemt toe. De voetganger en de fietser staan zwak tegenover de overal opduikende motorvoertuigen. Te veel levens kennen een abrupt en zinloos einde in het verkeer. Door systematisch voor de auto te kiezen zijn kinderen minder actief en autonoom in het verkeer. We kunnen spreken van een “achterbank”-generatie. Door te bewegen (te voet of met de fiets naar school) zal een kind zich beter ontwikkelen op fysisch en verstandelijk vlak. Onze leefomgeving heeft te lijden onder steeds toenemende geluidsoverlast en uitlaatgassen. Wijken kreunen dikwijls onder de on-leefbaarheid van de verkeersdrukte o.a rond de scholen.
Uiteindelijk leidt dit alles tot een aantal discriminaties en sociale wantoestanden. Massaal gebruik van de wagen ontneemt onze leefruimte en is nefast voor de luchtkwaliteit en onze gezondheid.
Daarenboven kan niet iedereen zich op eenzelfde manier en/ of wanneer hij/ zij wil verplaatsen. Ook de bereikbaarheid laat dikwijls te wensen over. De bekende Franse urbanist François Ascher wees er in 2004 al op dat de ongelijke verdeling van mobiliteit een oorzaak is van armoede en dat er spelregels nodig zijn om dat te vermijden.
Voortdoen zoals we bezig zijn is geen optie, we moeten resoluut kiezen voor een duurzame mobiliteit: sturen van de vraag door de externe kosten door te rekenen in de kostprijs van weg- en luchtverkeer bijvoorbeeld, zoeken naar alternatieven om ons te verplaatsen (minder verplaatsingen door een reorganisatie van onze steden en ons maatschappelijk leven) , investeren in technologische innovaties en de mensen aansporen om te kiezen voor duurzame vervoersmodi. Mobiliteit belangt namelijk iedereen aan.
Een aantal hulpmiddelen worden daarom aan elke burger aangeboden om een duurzame keuze te maken om zijn verplaatsing te maken. De overheden hebben als taak mobiliteit voor iedereen mogelijk te maken en tegelijk de zachte mobiliteit aan te moedige in stedelijke contexten en daarbuiten. De overheid kan en moet eveneens maatregelen nemen inzake duurzame mobiliteit (bv. een goede autofiscaliteit uitwerken, aanleg van goed fietspaden, etc …)
Sinds 2006 realiseren 120 scholen in het BHG een SchoolVervoerPlan. Dat is bijna 1 op 5 brusselse scholen!
Als vereniging die werkt rond duurzame ontwikkeling en milieueducatie participeert GREEN rechtstreeks aan educatie en participatie van vnl. jongeren door middelen en programma’s rond duurzaam leven uit te werken, o.a via de Schoolvervoerplannen en andere campagnes.
GREEN blijft daarom open en bereid om initiatieven op te starten en/ of te ondersteunen, debatten te voeren die ons allemaal leiden naar een …duurzame mobiliteit.
|